Categorieën

Winkelwagen

Snel zoeken

U kunt zoeken op titel, ISBN, naam van de auteur of een combinatie hiervan





Login

Meer over...

Het Limburgs onder Napoleon

door dr. J. Kruijsen, Frens Bakker [Taal en letterkunde]

'De grootste ontdekking voor het Limburgs sinds de vondst van het Maastrichts Sermoen in 1937' Dr. Pierre Bakkes, Limburgs eerste streektaalfunctionaris
Burgemeester Bruls van Venlo heeft op vrijdag 7 september 2007 op het stadhuis van Venlo het eerste exemplaar van dit boek in ontvangst genomen.

Over het boek:
In 1806-1807 vraagt de Franse regering gemeenten in het Maas- en Rijnland om een vertaling van de gelijkenis van de verloren zoon "omgezet volgens de uitspraak gangbaar in uw plaats". Voor menige gemeente een raadselachtige opdracht in een tijd dat niemand dialect schrijft. Sommige gemeenten sturen een Nederlandse of Duitse vertaling, maar gelukkig hebben de meeste het wel begrepen en sturen een vertaling in de plaatselijke streektaal. Zonder het te beseffen, schrijven ze geschiedenis, want de meeste sturen de alleroudste tekst in hun streektaal.

Lang liggen de teksten vrijwel vergeten in Franse bibliotheken tot Frens Bakker en Joep Kruijsen er in 2002 op stuiten. Ze verzamelen deze vertalingen en de correspondentie bij dit eerste dialectonderzoek aan Maas en Rijn. Het resultaat vindt u in 'Het Limburgs onder Napoleon' met onder meer
- een beschrijving van de achtergrond van dit dialectonderzoek;
- 200 jaar oude correspondentie over dit onderzoek;
- 200 jaar oude Limburgse dialectvertalingen uit: Maastricht, Meijel, Roermond, Roosteren, Tegelen, Venlo (2 versies) en Weert;
- 200 jaar oude Rijnlandse dialectvertalingen uit: Erkelenz, Kempen, Keulen, Kleef, Krefeld, Menzelen, Neuss, Rheinberg, St.Tönis en Wezel;
- uitvoerige besprekingen van de Maastrichtse en Venlose vertalingen.

Prijs: € 29.50 inclusief btw
Verzendkosten: € 2.70 binnen Nederland
Levertijd: 5 werkdag(en)
 
ISBN: 9789051795431
 
Formaat: 155x240 millimeter (b x h)
Omvang: 264 pagina's
Verschenen: 7 september 2007


Bestellen...

Wat vonden anderen ervan?

Onze Taal, Raymond Noë, november 2007
Het Limburgs ten tijde van Napoleon Op initiatief van de encyclopedist Charles Etienne Cocquebert de Montbret hield de Franse regering in de jaren 1806-1812 een omvangrijke dialectenquête in grote delen van het Franse rijk. Daartoe vroeg men gemeentebestuurders een vertaling in het eigen dialect te geven van de gelijkenis van de verloren zoon. In 1806 en 1807 werd ook gemeenten in het Maas- en Rijnland om zo'n vertaling gevraagd. De bestuurders zullen hebben opgekeken van dit verzoek, want schríjven in het dialect was hoogst ongebruikelijk. De gemeenten die aan het verzoek voldeden, schreven aldus de alleroudste tekst in de taal van hun dorp of stad. Lange tijd was uit die Franse enquête maar één Nederlandse vertaling bekend, en wel een uit Venlo. Maar er moest meer zijn, vermoedden de dialectologen Frens Bakker en Joep Kruijsen, en inderdaad troffen ze in 2002 in twee Franse bibliotheken tien vertalingen aan uit wat nu het Duitse Rijnland is (onder meer uit Keulen, Kleef en Wezel), en acht uit het huidige Nederlands-Limburg, te weten uit Maastricht, Meijel, Roermond, Roosteren, Tegelen, Venlo (twee stuks) en Weert. Uniek materiaal, want enkel uit Maastricht waren nóg oudere dialectteksten bekend. De speurtocht van Bakker en Kruijsen heeft nu zijn neerslag gekregen in Het Limburgs onder Napoleon. De hoofdmoot van dit boek bestaat uit alle hervonden teksten plus alle begeleidende correspondentie tussen de gemeentebestuurders en de Franse overheid, waarvan een gedeelte in facsimile wordt weergegeven. Uiteraard beschrijven de auteurs ook de achtergronden van de Franse dialectenquête en doen ze verslag van hun speurtocht naar de teksten. De vertalingen uit Venlo worden uitgebreid besproken, evenals de Maastrichtse tekst, die nog een interessante verrassing bleek te bevatten. De auteur had namelijk gedetailleerd uit de doeken gedaan hoe de door hem neergeschreven klanken uitgesproken dienden te worden - en hieruit kon afgeleid worden dat de uitspraak van het Maastrichts de laatste twee eeuwen veel meer veranderd is dan vaak wordt aangenomen.

NRC Handelsblad, Berthold van Maris, 20 oktober 2007
Tweehonderd jaar geleden klonk het Maastrichts boers Het Maastrichts van rond 1800 klonk heel anders dan nu. In 1800 gebruikte men in de dialectwoorden voor 'hij' en 'heeft' nog de 'ae', die ongeveer klinkt zoals de 'è' in 'blèren'. Men zei dus: 'Hae haeft'. Pas later is men overgegaan op de voor het Maastrichts zo kenmerkende 'ee'-uitspraak: 'Hee heeft'. Tegenwoordig wordt de ae-uitspraak, die nog altijd overheerst in de omliggende plattelandsdialecten, door de Maastrichtenaren zelf als 'boers' ervaren. Blijkbaar heeft men de ee-uitspraak in het begin van de achttiende eeuw bewust of onbewust geïntroduceerd als een manier om zich te onderscheiden van het omliggende platteland. Dit blijkt uit onderzoek van oude dialectboekjes die in 2002 waren gevonden in Franse archieven. Dit onderzoek van Frens Bakker en Joep Kruijsen is gepubliceerd in het boek Het Limburgs onder Napoleon. Achttien Limburgse en Rijnlandse dialectvertalingen (264 blz. euro 29,90. Uitgeverij Gopher). Het gaat om acht vroege Limburgse dialectfragmenten: vertalingen van de parabel van de verloren zoon (Lucas: 15:11-32), die in 1806 - 1807 op verzoek van de Franse overheid werden gemaakt, in de plaatselijke dialecten van Maastricht, Venlo, Roermond, Weert, Tegelen, Meijel en Roosteren. De ontdekkers, Frens Bakker en Joep Krijsen, hebben de teksten nu uitgegeven en van commentaar voorzien, samen met tien andere dialectvertalingen uit het Duitse gebied dat onmiddellijk aan Limburg grenst. Deze Duitse dialecten zijn nauw verwant aan de Limburgse dialecten. Hoewel de teksten in een 'wilde' spelling geschreven zijn, vertellen ze veel over hoe de dialecten twee eeuwen geleden geklonken hebben. De verschillen met nu zijn behoorlijk groot. Dialecten veranderen voortdurend - misschien wel meer dan de standaardtaal. De vertalingen werden gemaakt in de periode dat Limburg en het aangrenzende stukje Duitsland deel uitmaakten van het Franse Keizerrijk. De centrale Franse overheid wilde, met name aan de grenzen van dit rijk, de taalsituatie zo nauwkeurig mogelijk vaststellen, en vroeg de lokale overheden daarom om voorbeeldteksten in het 'patois' (lokale dialect). Zo wilde men achterhalen waar de taalgrenzen liepen tussen Frans, Vlaams, Nederlands en Duits. Men nam hiervoor de parabel van de verloren zoon, omdat die is geschreven in eenvoudige taal, met bijna uitsluitend basisvocabulaire. De directeur van het Parijse Bureau van Bevolkingsgegevens, Coquebert de Montbret, die behalve dit soort taalinformatie ook allerlei andere informatie over de plaatselijke bevolking en economie verzamelde en centraal opsloeg, was toevallig zelf erg geïnteresseerd in talen en dialecten. Zijn zoon publiceerde in 1831, eveneens aan de hand van verloren-zoon-vertalingen, de eerste taalgeografie van Frankrijk.

Het Euro Evangelie - deel II

door Jort Kelder, Arno Wellens [* NIEUW *, Maatschappij en politiek]

Dit pamflet is gepresenteerd tijdens een debatavond over ons economisch stelsel op donderdag 30 maart 2017, georganiseerd door Follow the Money. Sprekers waren o.a. auteurs Arno Wellens en Jort... meer...

Laat je pensioen niet aan een ander over

door Martin Koekkoek [Educatie, Maatschappij en politiek]

Erik van Houwelingen, bestuurslid bedrijfstakpensioenfonds ABP en partner pensioenadviesbureau Montae over deze uitgave: 'Martin levert met zijn boek een goede bijdrage om pensioen te verwoorden in... meer...

Fatale economie... en de weg eruit

door Foppe van Dijk [Maatschappij en politiek, Wetenschap]

Het boek van Foppe van Dijk is nog steeds - bijna beangstigend - actueel. De talloze negatieve effecten van ongebreidelde en eenzijdige economische groei vragen om een andere aanpak. Wereldwijd moet... meer...